Hoe spreek ik met mijn kind over een zelfmoordpoging in de familie?

Iemand in de familie onderneemt een poging tot zelfdoding. De wereld staat even stil. Hoe moet het nu verder? Opvang voor je naaste wordt voorzien in het ziekenhuis. Zelf ben je vaak op zoek naar ondersteuning en informatie. Thuis doe je je uiterste best om de kinderen op te vangen, maar dit is niet gemakkelijk en brengt allerlei vragen met zich mee.

Spreken over wat er gebeurd is

Hoe pak ik dit gesprek aan?

Welke steun kan ik nog bieden? 

Spreken over wat er gebeurd is

“Wat vertel ik mijn kind?” is een vraag die vaak gesteld wordt nadat het geconfronteerd werd met een poging tot zelfdoding in zijn omgeving. Al te vaak denken we nog dat we kinderen niet moeten belasten met dit soort moeilijkheden. We proberen hen te beschermen door de waarheid achter te houden.

Nochtans is het omgekeerde waar. Het is juist erg belangrijk om met je kind te spreken over de poging tot zelfdoding. Zeker wanneer je kind zelf aanwezig of in de buurt was of duidelijke veranderingen opmerkt in het dagdagelijkse ritme. Ze merken de moeilijkheden op, gaan vaak zelf de gaten proberen in te vullen en dan is de fantasie soms erger dan de realiteit.

Door over de poging te spreken, kan je je kind ook helpen om met zijn gevoelens om te gaan. Een kind heeft nog niet altijd de woorden om zijn gevoelens uit te drukken. Deze gevoelens komen dan naar buiten in veranderingen in het gedrag (vb. zich meer terugtrekken op de kamer, woede-aanvallen, meer protest, slechter slapen, aanhankelijker gedrag, uitdagend gedrag). Het geven van woorden aan deze gevoelens, helpen vaak om er mee om te gaan.

Soms kan een kind ook het gevoel krijgen dat het zijn of haar schuld is dat je naaste een zelfdodingspoging heeft ondernomen. Hij/zij kan het gevoel krijgen dat het niet de moeite waard is om voor hem/haar te zorgen. Het is belangrijk om hier over te kunnen praten om dit idee te ontkrachten. Daarnaast is dit gesprek ook nodig om je kind te kunnen ondersteunen en hoop te geven dat hun ouder of naaste hulp kan krijgen en beter kan worden.

Tips bij het aangaan van een gesprek

  • Kies een plek waar je rustig en ongestoord kan spreken.
  • Hou het simpel en spreek op het niveau van je kind. Ga na of het kind begrijpt wat je vertelt.
  • Wees eerlijk.
  • Moedig je kind aan om vragen te stellen en stel zelf vragen aan je kind.
  • Beantwoord de vragen op een rustige, niet veroordelende manier.
  • Laat je leiden door de reactie en vragen van je kind in het geven van informatie.
  • Ken je eigen gevoelens en hoe deze je manier van omgaan met je kind bepalen.
  • Laat je kind moeilijke gevoelens uiten en veroordeel deze zeker niet.
  • Doseer de informatie om het kind niet te overspoelen.
  • Bied extra steun, affectie en aandacht.

top

Hoe pak ik dit gesprek aan?

Spreken over een poging tot zelfdoding is niet vanzelfsprekend. Welke informatie geef ik mee? Wat zijn verschillende thema’s die aan bod kunnen komen?

In wat volgt proberen we een antwoord te geven op deze vragen. De aard en inhoud van het gesprek zal bepaald worden door de leeftijd van het kind. We onderscheiden  op deze pagina drie leeftijdscategorieën met voorbeelden voor de aanpak van het gesprek.

Kleuterleeftijd
Lagere schoolleeftijd
Tieners

Kleuterleeftijd

Zonder steun van familie of andere volwassenen probeert een jong kind zelf om deze verwarrende situatie te begrijpen. Kinderen op deze leeftijd maken gebruik van magisch denken en hun ideeën over wat er gebeurd is, kunnen veel angstaanjagender zijn dan de realiteit.

Omdat kleuters nog niet de woordenschat hebben om hun gedachten en gevoelens te uiten, komen deze vaak tot uiting in hun gedrag. Na een stresserende gebeurtenis kunnen er een aantal gedragsveranderingen optreden. Zo kunnen er woede-uitbarstingen of slaapproblemen optreden of het kind wordt aanhankelijker omdat het zich onzeker, angstig of verdrietig voelen.

Jonge kinderen zijn van nature uit eerder zelfzuchtig en daarom bestaat de kans dat ze zichzelf de schuld geven van datgene wat er gebeurd is. Kinderen van deze leeftijd hebben veel geruststelling nodig van jou en het gevoel dat problemen opgelost kunnen worden. Het is belangrijk om hen een gevoel van hoop te geven dat hun ouder/familielid, hoewel ze het op dit moment moeilijk hebben, beter kunnen worden.

Wat kan je zeggen tegen je kind?

 

Voorbeeld

Start met een inschatting te maken van wat je kind weet over de situatie.

 “Ik zou het graag met jou even hebben over wat je broer gisteren gedaan heeft. Wat weet je hier nog over?”

Beschrijf wat er gebeurd is afhankelijk van wat je kind weet van de situatie. Maak gebruik van begrijpbare taal en geef maar zoveel details als nodig om hun vragen te beantwoorden.

 “Opa voelde zich de laatste tijd niet meer zo goed en is daarom nu in het ziekenhuis.”

Geef meer informatie als je kind meer vragen stelt.

“Je zus was erg verdrietig en deed zichzelf pijn.”

Geef informatie over de emotionele strijd.

 “Mama voelde zich de laatste tijd heel erg droevig.”

Pak gevoelens van schuld, schaamte en verantwoordelijkheid aan.

“Ik wil dat je weet dat dit niemands schuld is.”

Verzeker je kind dat zijn familielid hulp/zorg krijgt.

“Oma is nu in het ziekenhuis. Daar kunnen ze haar helpen om beter te worden.”

Laat je kind weten dat zijn dagelijkse routine hetzelfde zal blijven.

“Ik weet dat het niet makkelijk is nu papa er niet is. Toch gaan we morgen gewoon naar de klas gaan.”

Moedig je kind aan om zijn gevoelens uit te drukken en te weten dat deze gevoelens normaal zijn.

“Hoe gaat het met je? Het is soms moeilijk om te praten over deze dingen. Maak je misschien graag een tekening?.”

Vraag of hij/zij nog vragen heeft.

 “Wil je graag nog iets meer weten over wat er gebeurd is met je zus?”

Help om een verbinding te maken tussen je kind en het familielid. Vertel het wanneer het kan verwachten om zijn familielid opnieuw te zien.

“Je mama zal een paar dagen in het ziekenhuis blijven totdat zij beter is. Maak je graag een kaartje voor haar?”

Laat je kind toe om niet te praten als hij/zij dat wil en te kiezen met wie hij/zij wil praten.

 “Je moet nu niet praten als je daar geen zin in hebt. Later kunnen we er nog over spreken. Als je liever met papa wil praten kan dat ook.”

Laat weten dat je zelf ook steun zoekt.

“Soms wil ik zelf ook graag praten. Er zijn vrienden en familie waarmee ik ook spreek.’

top

Lagere schoolleeftijd

Het is belangrijk om met je kind te praten over de zelfmoordpoging om het te helpen begrijpen wat er gebeurd is. Zonder ondersteuning van familie of vrienden kunnen kinderen zelf proberen om vat te krijgen op deze verwarrende situatie. Soms geven kinderen zichzelf de schuld voor iets wat ze wel of niet gedaan hebben.

Onder stress kan een kind gedragsveranderingen vertonen. Ze kunnen moeilijker gedrag stellen, slaapmoeilijkheden krijgen of aanhankelijker worden door gevoelens van onzekerheid, angst of verdriet. Het is belangrijk om een gevoel van hoop te geven dat hun ouder of familielid hulp kan krijgen en beter kan worden.

Wat kan je zeggen tegen je kind?

 

Voorbeeld

Start met een inschatting te maken van wat je kind weet over de situatie.

“Ik wil met jou praten over wat er gebeurd is met papa. Wat herinner je je van gisterenavond?”

Beschrijf wat er gebeurd is, gebaseerd op hoe goed je kind de situatie begrijpt en met taal aangepast aan de leeftijd.

 “Het ging de laatste maanden niet zo goed met oma. Gisteren voelde ze zich zo slecht dat ze zichzelf pijn heeft gedaan.”

Informeer je kind over emotionele strijd.

 “Je zus voelde zich al een tijdje heel erg slecht. Het kan dan soms moeilijk zijn om dit op te lossen en goede keuzes te maken.”

Pak gevoelens van schuld, schaamte en verantwoordelijkheid aan.

 “Het kan zijn dat je zelf het gevoel hebt dat je iets misdaan hebt.  Ik wil dat je weet dat wat er nu gebeurd is, niemands fout is.”

Verzeker je kind dat het familielid hulp/zorg krijgt.

“De dokters in het ziekenhuis zullen je mama helpen. Ze praten met haar en helpen haar om zich beter te voelen.”

Laat hem/haar weten dat de dagelijkse routine hetzelfde zal blijven.

“Ik weet dat het niet makkelijk is nu papa er niet is. Toch gaan we morgen gewoon naar school gaan.”

Moedig je kind aan om zijn/haar gevoelens uit te drukken. Help het om te weten dat zo’n reacties gewoon zijn en nodig hem/haar uit om vragen te stellen.

 “Dat je verschillende dingen voelt is heel normaal. Zijn er nog dingen die je graag wil weten over wat er gebeurd is?”

Help om een verbinding te maken tussen je kind en het familielid. Vertel het wanneer het kan verwachten om zijn familielid opnieuw te zien.

“Zou je graag een brief of e-mail schrijven naar je opa terwijl hij in het ziekenhuis is voor een paar dagen? Misschien wil hij de foto’s die je gisteren trok ook wel zien.”

Laat je kind toe om niet te praten als hij/zij dat wil en te kiezen met wie hij/zij wil praten.

“Het is niet erg dat je nu niet met me wil praten. Als je het er binnenkort graag over hebt, ben je altijd welkom. Misschien is het voor jou makkelijker om het er met iemand anders over te hebben.”

Laat weten dat je zelf ook steun zoekt.

“Als ik het moeilijk heb, praat ik er graag over met iemand anders. Dit helpt me om me iets beter te voelen.”

Maak je kind duidelijk dat het goed is om te steun te zoeken op school.

“Je kan ook altijd praten met je leerkracht of leerlingbegeleider op school. Zou je dat graag doen?”

Help je kind om zich voor te bereiden op de terugkeer van het familielid als ze wat tijd gespendeerd hebben in het ziekenhuis.

“Je papa komt morgen thuis. Zou je me graag helpen om het huis in orde te krijgen? Zijn er nog graag dingen die je wil weten voordat we hem gaan halen?”

top

Tieners

Het is belangrijk om met je tiener te praten over de zelfmoordpoging om hem te helpen begrijpen wat er gebeurd is. Zonder steun van familie of vrienden kan hij proberen om zelf vat te krijgen op deze verwarrende situatie.

Soms geven tieners zichzelf de schuld omwille van dingen die ze gedaan of net niet gedaan hebben. Het kan zijn dat ze niet direct willen praten over hun zorgen en gevoelens. Deze worden dan vaak op andere manieren geuit. Ze kunnen zich isoleren, niet praten met hun vrienden uit schaamte, ongemakkelijkheid of angst om niet begrepen of verworpen te worden.

Het kan helpen om een hoopvol uitzicht te geven op de toekomst. Betrek je tiener ook in activiteiten die kunnen helpen om een positief verschil te maken.

Wat kan je zeggen tegen je kind?

 

Voorbeeld

Start met een inschatting te maken van wat je kind weet over de situatie.

“Wat herinner je je nog van wat er gisteren met je moeder gebeurd is?”

Gebruik de mate van begrip over de situatie en de vragen van de tiener als gids om te beschrijven wat er gebeurde.

 “Papa voelde zich de laatste tijd heel erg depressief. Waarschijnlijk had je dit al wel opgemerkt. Hij dronk vaak te veel om hier mee om te gaan. Gisterenavond voelde hij zich zo slecht dat hij heel wat zelfmoordgedachten en gevoelens had.”

Informeer uw tiener over emotionele strijd en open mogelijkheden om hierover te kunnen spreken

 “Je broer was de laatste tijd erg depressief. Iedereen kan zich zo wel eens voelen. Soms kan het zijn dat ze zich dan ook hopeloos voelen over de toekomt en niet weten hoe ze verder kunnen. Het is moeilijk om hiervoor een goede oplossing te vinden. Heb jij je al eens zo gevoeld? Hoe ga je hier mee om?”

Pak gevoelens van schuld, schaamte en verantwoordelijkheid aan.

“Ik wil dat je weet dat het niet jouw of iemand anders fout is ook al had je gisteren ruzie met mama over het uitgaan”

Verzeker je tiener dat zijn/haar familielid behandeling en zorg krijgt.

 “Mama is nu in het ziekenhuis. Ze wordt hier geholpen om om te gaan met haar depressie. Ze proberen haar hier te ondersteunen om beter te worden.”

Laat hem/haar weten dat de dagelijkse routine hetzelfde zal blijven.

“Ik weet dat het niet makkelijk is nu papa er niet is. Toch gaan we morgen gewoon naar school gaan.”

Moedig je tiener om zijn/haar gevoelens te uiten en laat weten dat de reacties te verwachten en normaal zijn. Nodig je kind uit om vragen te stellen en zijn/haar gedachten over de situatie te delen.

 “Wat er voorgevallen is, is niet niets? Hoe voel je je hierbij? Soms kan het aanvoelen alsof er dingen waren die we hadden moeten doen om dit te voorkomen. Heb je dat gevoel soms? Hoe kan je hiermee omgaan?”

Help om een verbinding te maken tussen je kind en het familielid. Vertel het wanneer het kan verwachten om zijn familielid opnieuw te zien.

“Wil je met me meegaan om je zus te gaan bezoeken? Ze gaat voor een paar dagen in het ziekenhuis blijven. Zou je haar willen mailen of een kaartje willen sturen?”

Laat je tiener toe om niet te praten als hij/zij dat wil en om te kiezen met wie ze gaan praten. Bespreek hoe je tiener deze informatie kan delen met familie en vrienden.

 “Het is ok als je het er nu niet over wil hebben. Misschien wil je later wel over een aantal dingen praten. Soms is het makkelijker om te praten met een vriend(in). Kan je het er misschien met Marie over hebben?”

Laat hem/haar weten dat je zelf ook steun krijgt en moedig hem/haar aan om manieren te vinden om het eigen steunsysteem op te bouwen en er leren op te rekenen.

“Ik heb zelf al veel met je tante gepraat over deze situatie. Toch blijft het soms lastig en heb ik besloten om met een psycholoog te praten. Je kan met mij meekomen als je wil. Als je iemand anders hebt waarmee je hierover kan praten is het ook prima. Blijf er zeker niet mee zitten, eventueel bekijken we met wie en hoe je erover kan spreken.

Help je tiener om zich voor te bereiden op de terugkeer van het familielid na een opname.

“Je mama zal het ziekenhuis verlaten op donderdag. Is er iets waarover je wil praten of me wil vragen voordat zij terug naar huis komt?”

Deze informatie is gebaseerd op de folder “How to talk to a child about a suicide attempt in your family” van Rocky Mountain MIRECC

top

Welke steun kan ik nog bieden? 

Elk kind gaat op zijn eigen manier op met een ingrijpende gebeurtenis als deze. Probeer zicht te krijgen op de noden van je kind en stem je aanpak hier op af. Vaak helpt het kinderen om het dagdagelijkse ritme (school, hobby’s, ..) vast te houden. Dit zorgt voor veiligheid en geborgenheid. Verder kan een bemoedigend woordje, knuffels, extra steun en aandacht heel wat ondersteuning bieden voor je kind.

Zodra de naaste stabiel is, is het belangrijk voor je kind om een bezoekje te kunnen brengen bij de opname. Bereid je kind ook voor op wat het kan verwachten. Indien een bezoek niet mogelijk is, probeer dan toch contact te leggen met de naaste door tekeningen mee te nemen, een mail te laten sturen of telefonisch contact te leggen. Betrek je kind bij de terugkomst van je naaste. Geef duidelijk aan wanneer dit zal gebeuren en laat hierbij ruimte voor verdere vragen waarmee je kind nog kan zitten.

Het blijft belangrijk om je kind aan te moedigen om te praten over zijn gevoelens en emoties. Probeer dan ook bijkomende steunfiguren toe te laten en te betrekken bij de zorg voor je kind. Het kan makkelijker zijn om met anderen te praten in plaats van met de ouder. Licht ook zeker de school in over wat er gebeurd is. Zo kunnen zij je kind beter begrijpen en mee ondersteunen. Merk je op dat je kind met vragen blijft zitten of er veel veranderingen in het gedrag optreden, kan het nodig zijn om professionele hulp in te schakelen.

top

© Zelfmoord1813 - disclaimer