Oorzaken en suïcidaal proces

Zelfmoordgedachten hebben nooit slechts één oorzaak, maar ontstaan door een wisselwerking van risico- en beschermende factoren. Zelfmoordgedachten evolueren ook niet lineair, maar met ups en downs. Aan een zelfmoord gaat altijd een heel proces vooraf. Op deze pagina lees je meer over het ontstaan van zelfmoordgedachten en hoe die zich ontwikkelen.

Belangrijke risicofactoren
Factoren die bescherming bieden
Verklarend model
Suïcidaal proces

Belangrijke risicofactoren

Risicofactoren doen de kans toenemen dat een individu zelfmoord zal overwegen. Deze risicofactoren zijn altijd een combinatie van biologische, psychologische, sociale en psychiatrische risicofactoren. Enkele voorbeelden:

  • Genetische en biologische factoren (vb. een verminderde serotonerge werking)
  • Het hebben van een psychiatrische aandoening (vb. een depressie, eetstoornis, drugsmisbruik)
  • Het hebben van een somatische aandoening (vb. een medische aandoening die chronische pijn veroorzaakt)
  • Persoonlijkheidskenmerken (vb. een negatief zelfbeeld hebben, sterke hopeloosheid, impulsiviteit)
  • Het meemaken van negatieve levenservaringen (vb. een ouder verliezen op jonge leeftijd, werkloosheid, geconfronteerd worden met pesten, discriminatie, geweld of misbruik)
  • Sociale factoren (vb. ontbreken van steun van vrienden of familie)

top

Factoren die bescherming bieden

Naast risicofactoren beschikt iedereen ook over beschermende factoren die de kans kunnen verkleinen dat een persoon zelfmoord overweegt. Voorbeelden zijn:

  • Een positief zelfbeeld hebben
  • Beschikken over voldoende veerkracht
  • Goede probleemoplossende vaardigheden hebben
  • Kunnen beroep doen op een toegankelijke laagdrempelige gezondheidszorg
  • Een positieve attitude hebben ten aanzien van hulp zoeken
  • Beschikken over sociale ondersteuning van vrienden en/of familie

top

Verklarend model

De relatie tussen de verschillende risico- en beschermende factoren kan worden beschreven in een verklarend model. Er zijn verschillende benaderingen mogelijk (van Heeringen, 2007). Het hieronder beschreven verklarend model (zie figuur 1) kan beschouwd worden als een integratief bio-psycho-sociaal model. Het is gebaseerd op de verschillende empirische onderzoeksresultaten met betrekking tot biologische, psychologische, psychiatrische en sociale risicofactoren.

De invalshoek van het model is de combinatie van enerzijds voorbeschikkende kwetsbaarheid en anderzijds uitlokkende factoren (van Heeringen, 2007). Suïcidaal gedrag kan dan ook worden gezien als het resultaat van onderliggende, permanent aanwezige factoren (voorbeschikkende factoren) die gelijktijdig voorkomen met toestandsgebonden, tijdelijke risicofactoren (uitlokkende factoren), in afwezigheid van beschermende factoren (Mann et al., 1999). Een onevenwichtigheid tussen beschermende en risicoverhogende factoren is hierbij essentieel.

De voorbeschikkende factoren houden in dat er een kwetsbaarheid voor suïcidaal gedrag is die kan worden beschreven in termen van biologische en psychologische karakteristieken.

  • De biologische karakteristieken: Onderzoek heeft aangetoond dat het functioneren van het serotonerge systeem in belangrijke mate genetisch wordt bepaald. Het bestaan van een familiale voorbeschikking voor suïcidaal gedrag wordt dan ook in verband gebracht met kandidaat-genen die betrokken zijn bij het serotonine-metabolisme (Hawton & van Heeringen, 2009).
  • Van verschillende psychologische factoren is wetenschappelijk aangetoond dat ze geassocieerd zijn met suïcidaliteit, waaronder beperkingen in het probleemoplossend vermogen en impulsiviteit (Portzky et al., 2009). Dysfuncties in het probleemoplossend vermogen (of coping-gedrag) worden gezien als een kwetsbaarheidsfactor voor suïcidaal gedrag (Speckens & Hawton, 2005). Uit onderzoek blijkt dat suïcidale personen bij confrontatie met negatieve gebeurtenissen en problemen passiever en afhankelijker van anderen reageren, minder veelzijdige en minder geschikte oplossingen aangeven en minder rekening houden met gevolgen op langere termijn (Orbach et al., 1990). 

Uitlokkende factoren zijn stressoren zoals sociale variabelen en psychiatrische factoren die bij kwetsbare personen suïcidaliteit kunnen losmaken en onderhouden.

  • Sociale en familiale factoren als armoede, familiale psychopathologie, familiegeschiedenis van suïcidaal gedrag, fysiek en/of seksueel misbruik, gebrekkige sociale steun, sociale isolatie of emotionele verwaarlozing kunnen het risico op suïcidaal gedrag doen toenemen (King & Merchant, 2008; Cavanagh et al., 2003). Ook stressvolle en traumatische levensgebeurtenissen spelen een belangrijke rol in de ontwikkeling van suïcidaliteit. Echtscheidingen, religieuze affiliatie en werkloosheid kunnen beschreven worden als meer klassieke sociologische determinanten van suïcidaal gedrag. De resultaten hierover zijn niet altijd eenduidig, vooral met betrekking tot religie, maar wijzen wel op een interactie met suïcidaal gedrag die complex blijkt te zijn en beïnvloed wordt door andere gerelateerde factoren. In meer recent wetenschappelijk onderzoek werden ook associaties gevonden met andere sociale determinanten zoals sociaal perfectionisme en gebrek aan sociale steun.
  • Psychiatrische kenmerken vormen een erg belangrijk aspect van de suïcideproblematiek. Psychologisch autopsieonderzoek kon aantonen dat een psychiatrische stoornis aanwezig is bij ongeveer 90% van de suïcides en dat 47-74% van de suïcides in de bevolking kan worden toegeschreven aan een psychiatrische stoornis (Cavanagh et al., 2003). In verschillende onderzoeken is aangetoond dat stemmingsstoornissen het meest voorkomen bij suïcidaal gedrag en dit zowel bij jongeren, als bij volwassenen en bij ouderen (Flisher, 1999; Cavanagh et al., 2003; Van Orden & Conwell, 2011). Andere veel voorkomende psychiatrische risicofactoren zijn schizofrenie (Schneider et al., 2006; Meltzer, 2001), alcohol- en drugsmisbruik (Schneider et al., 2006; Callahan, 1993), persoonlijkheidsstoornissen (Scheider et al., 2006) en eetstoornissen (Berkman et al., 2007).

Het verklarend model beschrijft ook de drempelfactoren die de drempel tussen suïcidale gedachten en het overgaan tot suïcidaal gedrag kunnen bepalen (van Heeringen, 2001a). Drempelverhogende of beschermende factoren kunnen voorkomen dat een suïcidale persoon overgaat tot suïcidaal gedrag. Onder meer sociale ondersteuning en verschillende factoren m.b.t. (geestelijke) gezondheid zijn beschermende factoren. Zo zal een correcte kennis en positieve attitude van de suïcidale patiënt ten aanzien van de geestelijke gezondheidszorg beschermend zijn doordat er sneller professionele hulp wordt gezocht. Drempelverlagende factoren of ‘triggers’ zijn uitlokkende factoren zoals blootstelling aan suïcidaal gedrag van andere personen of via de media, beschikbaarheid van middelen tot suïcidaal gedrag en een gebrek aan sociale ondersteuning. Ook eerder suïcidaal gedrag is een factor die de drempel tot herhaald suïcidaal gedrag sterk kan verlagen.

Figuur 1: Verklarend model

Klik hier voor een animatiefilmpje waarin het verklarend model uitgelegd wordt.

top

Suïcidaal proces

Suïcidaal gedrag evolueert en is een proces van een eerste gedachte, naar meer concrete plannen tot het uitvoeren van de daad (van Heeringen, 2001b).

Onderstaande figuur toont een voorbeeld van het suïcidaal proces. In dit voorbeeld blijkt dat het suïcidaal proces kan starten met gedachten omtrent zelfdoding of een wens om tijdelijk te kunnen ontsnappen aan de problematische situatie. Deze gedachten kunnen verdwijnen na een tijdje, maar kunnen ook opnieuw opduiken bij een nieuwe confrontatie met stresserende of moeilijke gebeurtenissen.

Figuur 2: Suïcidaal proces (Retterstol, 1993)

Suïcidale gedachten en plannen zijn vaak niet zichtbaar voor de omgeving of soms zelfs voor het individu. Dit is het suïcidaal proces onder de stippellijn. Het suïcidaal proces kan op een bepaald moment zichtbaar worden voor de omgeving wanneer componenten aanwezig zijn zoals suïcidale communicatie en suïcidaal gedrag, met andere woorden wanneer de persoon uiting geeft aan zijn gedachten en plannen of wanneer hij een poging onderneemt of overlijdt door suïcide. Dit is het proces boven de stippellijn. De hoogte van de stippellijn zou worden bepaald door persoonlijkheidskarakteristieken en sociale kenmerken (van Heeringen, 2001b).

Klik hier voor een animatiefilmpje waarin het suïcidaal proces uitgelegd wordt.

Voor wat de duur van het proces bij jongeren betreft, heeft het psychologische autopsieonderzoek bij Vlaamse adolescenten aangetoond dat het proces van de eerste gedachte aan zelfdoding tot de suïcide gemiddeld 29 maanden duurt (Portzky, 2006). Bij de jongeren met een voorafgaande poging duurde het suïcidaal proces gemiddeld 46 maanden van de eerste gedachten tot de suïcide terwijl dit proces bij jongeren zonder voorafgaande poging veel korter was, namelijk gemiddeld 16 maanden.

top

© Zelfmoord1813 - disclaimer