Suïcidepreventiebeleid op school

Waarom aandacht besteden aan suïcidepreventie op school? 

Wat kan je doen?

Geestig gezond op de planken

Ondersteuning 

Uitgave Politeia: Omgaan met suïcide op school

Waarom aandacht besteden aan suïcidepreventie op school? 

Zelfmoordgedachten komen frequent voor bij jongeren en in vergelijking met andere leeftijdsgroepen ondernemen jongeren meer zelfmoordpogingen. Hoewel jongeren minder sterven door zelfmoord dan andere leeftijdsgroepen, vormt zelfmoord toch één van de belangrijkste doodsoorzaken bij deze doelgroep. Gezien jongeren een aanzienlijk deel van hun tijd op school doorbrengen, zijn preventie-, interventie- en postventiestrategieën met betrekking tot zelfmoord op school essentieel. Feiten en cijfers over zelfdoding bij jongeren vind je in de factsheet 'Zelfmoord bij jongeren'

top

Wat kan je doen? 

Een suïcidepreventiebeleid op school bestaat uit verschillende onderdelen:

  • Brede preventiestrategieën
  • Interventies bij suïcidaal gedrag
  • Postventie na een zelfmoord(poging)

Preventiestrategieën 

Er zijn vier belangrijke types van preventiestrategieën op school om de geestelijke gezondheid te bevorderen en zelfmoordgedrag te voorkomen:  

  • Investeren in een (geestelijk) gezondheidsbeleid, wat als kader kan dienen voor het ontwikkelen van suïcidepreventiestrategieën  
  • Ontwikkelen van preventieprogramma's op school (vb. psycho-educatieve programma’s, vaardigheidstraining, training voor leerkrachten, screeningsprogramma’s, …) 
  • Bijzondere aandacht besteden aan kwetsbare leerlingen en personeelsleden (vb. nabestaanden na zelfdoding, etnisch-culturele minderheden, holebi- en transgenderjongeren, …) 
  • De toegang tot dodelijke middelen beperken (vb. beveiligen van ramen, traphallen, de toegang tot daken, …) 

Een mix van deze strategieën is nodig om te komen tot een doeltreffend beleid. Meer over deze strategieën kan je lezen in de toolkit 'Zelfmoordpreventie, -interventie en -postventie op school'.  

Interventies bij suïcidaal gedrag 

Om zelfmoord te voorkomen, is het belangrijk dat leerkrachten en ander schoolpersoneel op de hoogte zijn van hoe ze signalen van suïcidaal gedrag kunnen herkennen, hoe ze hierop moeten reageren en hoe ze kunnen doorverwijzen. 

In Vlaanderen bestaat een uitgebreid vormingsaanbod rond het herkennen van en gepast reageren op signalen van suïcidaliteit. 

Wat na een zelfmoord(poging)? 

Omgaan met een zelfmoord(poging) van een leerling stelt de school voor een moeilijke opdracht. Het helpt wanneer je in deze situatie kan terugvallen op een crisisplan dat de school ondersteunt om deze situatie op een sensitieve en professionele manier aan te pakken.  

Een crisisplan wordt op maat van de school gemaakt, in overleg met de belangrijkste actoren op en rond de school, en bij voorkeur voor er zich een crisissituatie voordoet. Het is belangrijk dat dit plan regelmatig geüpdatet en geëvalueerd wordt. 

Na een zelfmoordpoging van een leerling, dienen de volgende stappen doorlopen te worden: 

  • Contacteren van de ouders van de leerling in kwestie en de leerling zelf, om je bezorgdheid uit te drukken en te polsen naar verwachtingen en beschikbare hulp. 
  • Een bijeenkomst voor het schoolpersoneel organiseren, om het nieuws over te brengen en steun te bieden.  
  • Klasgesprekken organiseren om medeleerlingen in te lichten en te ondersteunen (mits toestemming van de ouders van de leerling in kwestie en de leerling zelf). 
  • De terugkeer van de leerling naar school voorbereiden, in samenspraak met de ouders, leerlingenbegeleiders, de leerkracht(en) en de leerling in kwestie. 

Na een zelfmoord van een leerling, zijn volgende stappen belangrijk: 

  • Verzamel en check de feiten. Er zijn vaak heel wat geruchten die erg pijnlijk en onjuist kunnen zijn. 
  • Breng alle betrokkenen (leerlingen, personeel, ouders) op de hoogte en bied ondersteuning. 
  • Organiseer nazorg voor de leerlingen en het schoolpersoneel (vb: klasgesprekken, rouwregister, stille ruimte ter beschikking stellen, samen naar de begrafenis gaan, …) 
  • Zorg voor professionele hulp voor de leerlingen en het schoolpersoneel. Nodig een deskundige uit om je bij te staan (vb: CLB-medewerker). 
  • Duid een woordvoerder aan die indien nodig de media te woord kan staan en hierbij nauwkeurig de mediarichtlijnen inzake zelfdoding volgt. 

Ook wanneer een leerling een dierbare verliest door zelfdoding heeft die nood aan ondersteuning: 

  • Overleg met de leerling en diens ouders welke informatie aan de medeleerlingen en het schoolpersoneel kan worden meegedeeld, hoe de leerling geholpen en ondersteund kan worden, … . 
  • Informeer (mits toestemming van de leerling en diens ouders) de medeleerlingen en het schoolpersoneel. 
  • Ondersteun en bereid de terugkeer naar school voor met de leerling en diens ouders. 
  • Heb geduld, toon begrip en zorg desgewenst voor praktische en psychologische ondersteuning (vb: de Centra voor Leerlingenbeleiding).

top

Geestig gezond op de planken

Jongeren zijn een risicogroep voor zelfdoding en zijn bovendien meer vatbaar voor eenzijdige beeldvorming. Hierdoor kan een ondoordachte blootstelling aan nieuwsberichten, theatervoorstellingen, films of documentaires over zelfdoding ervoor zorgen dat jongeren sneller zelf dit gedrag stellen of zelfmoord als een oplossing en uitweg zien. Om die redenen ontraden experts in de suïcidepreventie toneelvoorstellingen over zelfdoding binnen de schoolcontext.

Kies je er toch voor om een toneelvoorstelling over dit thema aan te bieden, voorzie dan zeker voldoende ondersteuning en omkadering. Je vindt in de infofiche ‘Geestig gezond op de planken’ tips en aandachtspunten over het beoordelen van een toneelstuk over zelfmoord, het organiseren van een nabespreking, de opvang van risicoleerlingen en het inbedden van dit thema in een breder beleid rond geestelijke gezondheid en suïcidepreventie op school. Download hier de infofiche ‘Geestig gezond op de planken’.

Wens je meer achtergrondinformatie over dit thema of wil je aan de slag met specifieke tools (vb: voorbeeldbrief voor ouders, hulpkaartje, nabespreking in de klas)? Raadpleeg dan hier de achtergrondtekst bij de theateradviezen.

top

Ondersteuning 

Meer tips en tools kan je vinden in de toolkit 'Zelfmoordpreventie, interventie en postventie op school' die in het kader van het project Euregenas werd ontwikkeld.  

De suïcidepreventiewerking van de Centra voor Geestelijke Gezondheidszorg (CGG-SP) heeft een modeldraaiboek opgemaakt dat elke school kan gebruiken als basis om een suïcidepreventiebeleid op maat op te stellen. Het draaiboek bestaat uit 4 luiken: vroegdetectie en -interventie, acute dreiging en crisisinterventie, na een suïcidepoging, na een suïcide. Elk luik omvat afspraken i.v.m. coördinatie, communicatie en richtlijnen voor het concrete handelen en evaluatie. CGG-SP biedt ondersteuning bij de opmaak van een draaiboeksuïcidepreventiebeleid op maat van de school. Voor meer informatie over het modeldraaiboek en de bijhorende ondersteuningsactiviteiten, kan je CGG-SP in jouw provincie contacteren (zie contactgegevens in de zijbalk rechts).

top

Uitgave Politeia: Omgaan met suïcide op school

In samenwerking met Uitgeverij Politeia ontwikkelden CGG-SP en Werkgroep Verder de brochure Omgaan met Suïcide op School. Deze brochure is een concreet hulpmiddel voor scholen die een draaiboek suïcidepreventie willen maken, aangepast aan de eigen realiteit. De brochure bestellen kan via de website van Uitgeverij Politeia. De bijlages van deze brochure kan je hier raadplegen.

top

“Zelfdoding? Onze school was er nog niet echt van nabij mee geconfronteerd”, zegt Jos Mees, adjunct-directeur tso-bso Don Bosco Haacht. “Tot plots op een half jaar tijd twee leerlingen door zelfdoding omkwamen. Het schudde onze school aardig door elkaar. Nu zijn we er ons meer bewust van. We weten wat te doen.” “Onze campus telt 2200 leerlingen en drie administraties. Er gebeurt altijd wel wat. We hadden al noodplannen voor allerlei noodsituaties. Na de zelfdoding van Laurens begonnen we aan een meer specifiek draaiboek. Toen de zelfdoding van Ben volgde, kwamen er extra vragen: zijn we wel goed bezig, hadden we dit moeten zien aankomen, (hoe) konden we dat vermijden? 

Er was vooral ook de angst voor een derde zelfdoding. We hebben toen nascholing georganiseerd. Een specialist heeft ons draaiboek helpen actualiseren. Alle stappen staan uitgeschreven: wie moet je verwittigen in welke volgorde, wie neemt welke verantwoordelijkheid: op het secretariaat, in het pastoraal team, wie zorgt voor opvang, welke rol kan het CLB spelen …?” 

“Ik merk dat we nu veel alerter geworden zijn bij onze leerlingenbegeleiding. We houden sneller rekening met de mogelijkheid dat iemand iets dramatisch zou kunnen doen. We zoeken ook sneller externe begeleiding. De pagina’s met hulpverlenende adressen die achteraan in de klasagenda stonden, hebben we nu vooraan gezet. We zorgen nog meer voor een warme school. Als een leerling die het moeilijk heeft, wil praten met een leerling uit een andere klas, maken we die even lesvrij. Dat lijken kleinigheden, maar ze maken een verschil.” 

“Ons draaiboek biedt houvast. Maar niet alles staat daarin. De week na Ben was een jongen op vrijdagnamiddag afwezig. Er brak paniek uit: ‘We hebben hem richting spoorweg zien gaan’. Een ploegje leraren is gaan zoeken. We hebben de ouders gebeld. Later bleek hij gewoon naar huis vertrokken en had hij onderweg wat getreuzeld. Je kan je leerlingen geen 24 uur per dag en overal in het oog houden. Als je als school alles doet om leerlingen goed te begeleiden, hoef je jezelf niets te verwijten.” 

Bron: Klasse voor leraren 

© Zelfmoord1813 - disclaimer

Creatie: Kunstmaan