Na een suïcide

Wanneer iemand overlijdt door suïcide, heeft dit een enorme impact op de mensen die achterblijven: op familie, vrienden, collega's én op de betrokken hulpverleners. De hier opgenomen aanbevelingen kunnen een houvast bieden om goed te handelen na een suïcide, zowel op korte als op lange termijn. Zorg voor nabestaanden vormt hierin een cruciaal aspect. Ook de zorg voor jezelf als hulpverlener en implicaties voor het team of de instelling komen aan bod. 

De richtlijn rond detectie en behandeling van suïcidaal gedrag en de bijhorende e-learningwebsite SP-reflex bevatten aanbevelingen rond welke stappen ondernomen moeten worden na een suïcide. Op deze pagina worden kort de belangrijkste stappen aangehaald.

Het rouwproces van nabestaanden

Begeleiding van nabestaanden

De hulpverlener als nabestaande

Het rouwproces van nabestaanden

Iedere suïcide heeft een rechtstreekse invloed op het psychisch welzijn van familie, vrienden en andere personen uit de omgeving van de overledene. Het rouwproces van nabestaanden vormt een complex gegeven, dat wordt gekenmerkt door het achterblijven met grote onzekerheid, grote onbeantwoorde vragen en heftige emoties.

In vergelijking met rouwprocessen bij het verlies van een naaste door een andere doodsoorzaak dan suïcide, rapporteren nabestaanden na het verliezen van iemand door suïcide meer intense gevoelens van afwijzing, schaamte, stigma en schuld. Het is aangeraden om begripvol te polsen naar deze emoties.

Daarnaast hebben nabestaanden een grotere behoefte aan het begrijpen van de oorzaak en aanleiding van de suïcide. Het zoeken naar antwoorden is dan ook essentieel voor de verwerking van de suïcide. Veel nabestaanden blijven achter met de vraag naar het waarom van de suïcide en wat hun rol daarin geweest is. Aanbevolen wordt om binnen de grenzen van het beroepsgeheim alle informatie te geven die kan helpen om de suïcide te kunnen begrijpen

De duur, het tempo en de manier waarop een rouwproces verloopt is voor elk individu verschillend.  Reacties van nabestaanden kunnen sterk uiteenlopen en ook rouwstijlen verschillen. Als hulpverlener kan je een nabestaande helpen door het rouwen te normaliseren. Geef aan dat iedereen anders rouwt en dat de duur ervan verschilt van persoon tot persoon.

Confrontatie met een plots en traumatisch overlijden verhoogt aanzienlijk het risico op het ontstaan van psychiatrische complicaties. Indien het rouwproces moeilijker verloopt dan gemiddeld, spreekt men van een ‘gecompliceerd rouwproces’. Gecompliceerde rouw komt na verlies door suïcide vaker voor dan na een natuurlijk overlijden en is sterk geassocieerd met suïcidale gedachten en gedrag. Bij een gecompliceerd rouwproces is het aangewezen door te verwijzen naar een rouwtherapeut.

Nabestaanden vormen een kwetsbare groep en kunnen ook zelf het risico lopen om suïcidale gedachten en gedrag te ontwikkelen. Studies tonen dat één op de vijf nabestaanden kort na het verlies zelf suïcidegedachten heeft. Zelfdodingsgedachten bij nabestaanden kunnen onder meer ontstaan uit: een gevoel van hopeloosheid, waardeloosheid, een verlangen om bij de overledene te zijn of identificatie met de overledene. 

top

Begeleiding van nabestaanden

Uit onderzoek blijkt dat nabestaanden behoefte kunnen hebben aan professionele nazorg. Nabestaanden blijken echter niet snel geneigd te zijn om hulp te zoeken of te accepteren.

Naast steun vanuit professionele hoek geven nabestaanden aan ook steun te putten uit meer informele hulpbronnen, zoals het eigen sociaal netwerk en lotgenotencontact met andere nabestaanden. Het bijwonen van gespreksgroepen voor nabestaanden (idealiter mede begeleid door professionele hulpverleners) blijkt een krachtige en constructieve manier te zijn om nabestaanden te helpen. Het wordt dan ook aanbevolen om in de opvang en verdere begeleiding van nabestaanden hun eigen herstellend vermogen aan te moedigen, evenals het gebruikmaken van steun uit het eigen netwerk en uit lotgenotencontact.

Onderzoek naar het effect van rouwinterventies laat zien dat preventieve interventies tegen complicaties in het verwerken van een verlies geen effect hebben op het verlagen van het suïciderisico. Wanneer er complicaties zijn opgetreden, blijken rouwinterventies wel zinvol te zijn. Enkele studies naar de effectiviteit van cognitief gedragstherapeutische interventies bij nabestaanden bleken positieve resultaten te vertonen, onder meer in het beter omgaan met rouw en het minder ervaren van schuldgevoelens. 

top

De hulpverlener als nabestaande

Naar schatting 22% tot 39% van de psychologen en 51% tot 82% van de psychiaters wordt minstens één keer in hun loopbaan geconfronteerd met een patiënt die suïcide pleegt. Ook bij andere hulpverleners werkzaam in zorginstellingen is de kans groot dat ooit in hun loopbaan een hulpvrager overlijdt door suïcide, gezien bijna één op de tien suïcides in België gebeurt in een zorginstelling.

Een suïcide heeft een beduidende impact op hulpverleners, zowel op professioneel als op emotioneel vlak, ongeacht de beroepsgroep. Op professioneel vlak kunnen hulpverleners twijfelen aan de eigen competentie en vormt de suïcide vaak de aanleiding voor een andere aanpak in hun professioneel handelen ten aanzien van suïcidale personen. Op emotioneel vlak kunnen hulpverleners, net als familie en vrienden van de overledene,  gevoelens van ongeloof, ontkenning, schaamte, boosheid, machteloosheid, verdriet, rouw, schuld, maar ook opluchting ervaren. Meer dan één derde van de hulpverleners die een suïcide van een patiënt meemaken, ervaren daardoor ernstige psychische problemen, die aanhouden tot minstens een jaar na de suïcide.

Als hulpverleners na een suïcide kunnen beschikken over ondersteuning en hulp, heeft dit een beschermend effect op hun psychisch welzijn. Deze hulp kan zowel formeel al informeel zijn en zowel op individueel als op teamniveau.

Enkele concrete aanbevelingen:

  • Contact met nabestaanden en bijwonen van de uitvaart helpt voor de verwerking van de suïcide. 
  • Het is aangeraden de suïcide achteraf ook in team- en intervisieverband te bespreken en evalueren. Hulpverleners moeten de gelegenheid hebben in een veilige omgeving met elkaar schuldgevoelens en andere reacties op de suïcide te bespreken. Het kan overwogen worden om de huisarts van de patiënt hierbij te betrekken.
  • Andere interventies die helpend kunnen zijn: opleiding voor het team over suïcidepreventie of om elkaar te leren ondersteunen en zelfhulp

top

© Zelfmoord1813 - disclaimer

Creatie: Kunstmaan